‘Gekleurde bloemetjes in tha face’ Piet

FUHUUUUUHHHuck ik dacht dat ik zou ontsnappen aan de hele zwarte pieten en DENK discussie. Er is al zoveel over gezegd en geschreven. Omdat iedereen tegenwoordig overal een mening over heeft buitelen de denkbeelden (al dan niet onderbouwd of overdacht) over elkaar heen en zorgen voor  de nodige reuring. Gemoederen moeten nu eenmaal worden beziggehouden anders wordt het saai. En niets zo’n dankbaar onderwerp als een onschuldig oer hollandse kindertraditie (namelijk het sinterklaasfeest ) bij kop en staart nemen en dat koppelen aan god christ zwaar heftige, kopfschmerzende onderwerpen zoals rassendiscriminatie, eeuwenlange onderdrukking, stigmatisering en negatieve beeldvorming. Je zou bijna vragen welke ‘he or she’ deze niet logische link in den beginne heeft weten te leggen maar dat terzijde.

Ik had dit alles dus lekker langs mij heen willen laten gaan, knabbelend aan mijn chocolade letter, ik heb godbetert wel andere dingen om mijn hoofd over te breken. Het geheel een beetje laffig afdoend in de zekerheid  dat mijn kids in ieder geval opgegroeid zijn in de ‘echte’ sinterklaastraditie en niets van de voorpret door de hele discussievorming eromheen hebben hoeven missen.

Maar de humorvolle blog van Nicolumn  (https://niccolumndotcom.wordpress.com/2016/06/01/ik-ben-een-witte-kuttekop-die-stinkt-naar-kaas/) vol met kwinkslagen en lekker zwaar verbaal geschut zette mij aan het denken.  Maak ik mij misschien schuldig aan vermeend racisme door in het nabije verleden (A. is dit jaar voor het eerst een non-believer) te hebben genoten van het sinterklaasfeest, de kwestie te negeren en mij niet betrokken te voelen? Of laat ik mij dit nu opleggen? En hoe komt dat dan? Speelt moedeloosheid een rol omdat het een discussie is die tot nu toe alleen maar tot patsstellingen leidt, eindeloos is en enkel gebaseerd is op emoties die nu  eenmaal sterk zijn gekleurd? (Ok woordspeling niet bewust gedaan, het zou zomaar verkeerd opgevat kunnen worden, stel je voor).

Het is niet zo dat ik mij in een geheel neutrale positie bevind. Ik ben immers ook in het verleden uitgemaakt voor Cambodjaan, Chinees, Pinda en uhhh Eskimo?? Op de middelbare school merkte een docent over mijn opstel op  dat Indo’s nu eenmaal niet de Nederlandse taal  machtig zijn en dat dat mijn lage cijfer verklaarde (really? Ja really! en dit is nog geen eens zo heul lang geleden, niet 100 jaar ofzo). Deze opmerkingen heb ik naast mij neergelegd;  de stereotype tante Lien sketches alsmede de stigmatiserende Lonnie reclames heb ik nooit als storend ervaren. Ik heb  aan het begin van de zwarte pietendiscussie wel een proef op de som genomen. Ik ben toevallig in Het Bezit (ook een woordspeling en nee niet vanuit een koloniale overtuiging, mark my words)  van een paar lieve vrienden met de kleur van een ebony houtje. Bij navraag aan mijn kinderen of zij misschien aan desbetreffende vrienden moesten denken als zij zwarte piet voorbij zagen huppelen keken zij mij aan ‘if i totally lost it all’ en dan bedoel ik mijn verstand. Voor mij was toen de kous af, then en there. Ik heb de discussie losgelaten en mijn eigen plan  getrokken.

Maar ik kan niet in andermans ziel kijken  zo ook niet in de ziel van mijn gekleurde medemens. Hoe gevoelig iemand is of niet, zich al dan niet aangesproken voelt om een vermeend onschuldig beeld. Het hangt af van zoveel verschillende dingen.  Misschien gaat het nog geen eens om zwarte piet an sich, maar om een collectief achtergesteld gevoel door de eeuwen heen, misschien betreft het wel een diepgewortelde rouw in het DNA, overgedragen van generatie op generatie. Maar misschien is het allemaal wel banaler en wordt het thema gebruikt om zich persoonlijk op te kunnen profileren hetgeen Sylvana nu wordt verweten.

Nu zag ik laatst ook een interessant filmpje voorbijkomen over een sinterklaasintocht uit 1935 waarbij de pieten zonder uitzondering wit waren en sinterklaas wiebelend als een malloot op zijn paard zat.(http://www.welingelichtekringen.nl/opinie/376007/opzienbarende-video-de-intocht-van-de-sint-in-1935-geen-zwarte-piet-te-bekennen-wel-veel-witte-pieten.html). Klaarblijkelijk is er tussen toen en nu ook het enige veranderd. Veranderen kan dus wel.

Het is goed als culturele tradities meegroeien met de culturele mores van dat moment. Op zich is dat een interessant sociologisch gegeven en kan alleen maar worden toegejuicht omdat er klaarblijkelijk  sprake is van een vrije  en tolerante omgeving waarin dit zich kan ontwikkelen. Maar met dien verstande dat er ook respect is en blijft voor de diepgewortelde traditie van de mensen die hier ook een gevoelsmatig belang aan hechten. Met liefde en aandacht voor de kernwaarden van de eigen cultuur. De crux is dus om elkaar halverwege te vinden. Daarom is de ‘roetveegpiet’ een aardig compromis in het geheel waar beide ‘strijdende’ partijen zich toch in zouden moeten kunnen vinden. Maar is ‘de bloemetjes in tha face’ piet gewoon (nog net) een brug te ver.

Advertenties

Femme Fatale

(Eerder verschenen in memoires van een desperate housewife)

Laatst nam een bekende van mij het woord “femme fatale” in zijn mond verwijzend naar een nogal ongelukkige situatie waarin ik mij had gemanoeuvreerd. Ik was in een keer gegrepen door de term. Een mooi woord dat terstond allerhande filmische beelden oproept. Daar zit zij deze ‘Femme Fatale’. Gezeten in een rokerige coupé, jaren 30, crisistijd, een nauwsluitend mantelpak omvat haar wulps vormgegeven lichaam en zij staart uit het raam; haar gedachten zijn mijlenver en laten zich niet raden. Beheerst en kalm rookt zij haar sigaret, haar lange ranke vingers met helrood gelakte nagels omvatten het mondopzetpijpje en haar perfect gestifte lippen laten een lichte afdruk achter op de filter, oppervlakkig als de zucht van de wind. Bedachtzaam inhaleert zij de rook en blaast deze vervolgens lichtjes uit terwijl haar blik zich als een toevalligheid richt op de jonge mooie man tegenover haar. Hun blikken kruisen zich voor een kort moment, een seconde lijkt het, maar lang genoeg. Zijn interesse is gewekt en ondanks zijn a) voorgenomen huwelijk b) zijn op handen zijnde baby c) zijn romantische 5 jarige huwelijkse lustrum kan hij zich niet bedwingen om haar verder op te nemen. Het lijkt terloops maar met een uiterste precisie registreert hij hoe haar glanzende bruine golvende lokken over haar schouders vallen, haar gelaat en roomwitte huid stralen iets sereens uit maar roepen ondertussen wilde taferelen bij hem op van de Venus van Urbino van Titiaan. Haar diepblauwe ogen lijken een oneindige poel waarin elke man ongeacht leeftijd en afkomst zich in zou willen laven. Hij huivert als een plotselinge windvlaag haar parfum langs hem heen doet glijden, als een koestering, een belofte zet de geur zich vast in zijn geheugen. Plots richt zij zich op, alsof zij zich iets bedenkt, haar boek glijdt van haar schoot af en valt op de grond. Hij buigt zich naar voren om het op te pakken, de voorkant van Tolstoys Anna Karenina lijkt hem iets te willen zeggen….

Hier stop ik voor dit moment. Ik ben zelf ook erg benieuwd hoe dit afloopt maar waar ik het eigenlijk over wil hebben is dus het verschijnsel ‘femme fatale’ en wat iemand nu eigenlijk tot een dergelijke fatale vrouw maakt. Allereerst denk ik dat een femme fatale zich altijd uitermate beheerst opstelt. Zij is als een echte Mata Hari te allen tijde de situatie meester en zal zich niet als een gillend monster over de grond werpen als blijkt dat de jongste van drie net de nieuwe camera (derde op rij) gemold heeft met haar nieuwsgierige peutervingertjes. Een femme fatale ziet er mijns inziens ook altijd onberispelijk uit, zij is onbedacht gestileerd wat zeker bijdraagt aan haar kalme uiterlijk. Dit alles staat uiteraard in schril contrast met het beeld van de Überhuismoeder die met de klodders deeg nog in haar haar verwilderd de voordeur opent en oog in oog komt te staan met een uiterst charmant heerschap van de TNT post, die vervolgens niet weet hoe snel hij zich uit de voeten moet maken. Daarnaast denk ik dat de term geraffineerd op zijn plaats is, een femme fatale weet de situatie als geen ander naar haar hand te zetten dat is zo ongeveer haar tweede natuur. Haar minder fortuinlijke sexe-genoot echter lijkt het allemaal maar te overkomen: “hoe bedoel je moet ík die 260 biologische granenpannenkoeken voor het jubileumfeest van de school bakken? Nou ja vooruit dan maar, als niemand anders het ziet zitten…” Last but not least zit een femme fatale waarschijnlijk nooit verlegen om een inspirerend gesprek met een leuk heerschap want daarom is zij nu eenmaal dé femme fatale. Het alternatief van de patience spelende huismus is minder aanlokkelijk maar komt vaker voor dan je denkt. Ach ja, had ik maar iets meer van een femme fatale in mij, dat zou het leven wel een extra touch geven. Een zekere ‘je n’est sais quoi’. Tips, do’s en dont’s van échte femme fatales zijn daarom van harte welkom!