Boeddha en de gelukscoaches

Het blijft een wonderlijk iets de wereld van de zelfhulpgoeroe ’s, gelukscoaches en de 365 dagen ‘Always Be Happy de peppi’ peptalk alwetenden.  Als paddenstoelen schieten ze uit de grond en beloven mooie succesvolle vergezichten voor de eeuwigdurende twijfelkonten, blokkade voelende, geen verbinding makende, faalangstige en zoekende medemens onder ons.

Het leger van probleemoplossers voor hen die vastlopen in het dagelijks leven (met zichzelf of met hun (werk)omgeving) was al een poosje in opmars maar groeit ook in 2017 gewoon door, zo blijkt uit het enorme aanbod en de belangstelling voor deze beroepsgroep.

Het is ook niet verwonderlijk. De samenleving is complex en er worden veel eisen aan de mens van nu gesteld. Het idee van maakbaarheid is diep geworteld in de huidige generatie. Voor alles is een oplossing voor handen een middel, een therapie of een pil.  Zelfverwezenlijking is tegenwoordig geen luxe meer of iets wat op je pad mág komen, nee, het is verworden tot een recht en daarmee logisch, onbetwistbaar én afdwingbaar.

Toegegeven, om de gang naar een ouderwetse psycholoog te maken is vaak een stap te ver, wachtlijsten zijn lang en een stempel ‘gek’ is snel gemaakt door de omgeving, die als het erop aankomt helemaal niet zo tolerant blijkt te zijn als het lijkt (hierbij doelend op met name de werkplek). En daar waar vroeger de priester of de dominee een luisterend oor kon bieden bij allerhande aardse ongemakken is nu een gapende leemte ontstaan; dit soort mensen is namelijk van een uitstervend ras gebleken. Maar de levens- en persoonlijke vraagstukken bleven wél bestaan en werden alleen maar groter in het kielzog van een steeds veeleisender samenleving.

In dit vacuüm kon er een nieuwe beroepsgroep ontstaan waarbij klinkende namen van illustere voorgangers zoals een Anthony Robbins en een  Eckhart Tolle het initiatief namen.

En waarom ook niet? Als mensen er behoefte aan hebben om een zet in de goede richting te krijgen of weer op gang te worden gebracht na een impasse dan kan dit soort hulp van buitenaf uitkomst bieden. En als het nu helpt?…

De vraag is of dat laatste het geval is en of verwachtingen niet te hoog liggen daar waar het de hoop betreft op een beter en mooier leven met alles wat daarbij hoort. Het liefst een leven zonder problemen nadat de onzekere factor in dit alles, het onderwerp zelf, na de interventie weer volledig in balans blijkt te zijn met zichzelf en de wereld om hem heen. Levensdoelen zijn weer duidelijk en blokkades zijn opgeheven, men is van verlost van zijn angsten en een algemeen gevoel van onbehagen heeft plaatsgemaakt voor positiviteit. Althans dat is dus doorgaans de belofte.

Toch blijkt uit de praktijk dat het vaak bij een belofte blijft helaas en dat een serie aan sessies en/of bijeenkomsten niet garant staan voor blijvende gedragsverandering en of geluksbeleving.  Het blijkt dat er voor instant succes meer om de hoek komt kijken dan een optimistisch kritisch gestemde geluksbegeleider met een toolbox  aan helpende inzichten voortkomend uit de psychologie alleen.

Het te klaren klusje blijkt vaak complexer dan gedacht. Veranderen en vooral het échte veranderen van aspecten aan jezelf vereist inzicht, geduld, doorzettingsvermogen, moed en vooral heel veel oefening. Coaches, begeleiders en trainers kunnen helpend zijn om het inzicht te vergroten (en daar zitten hele goede toffe tussen) maar het echte werk begint daarna pas. De omschakeling van bewust onbekwaam naar bewust bekwaam gedrag. Dat is waar de investering ligt en ook de daadwerkelijke payoff op termijn. En dat is vaak een proces van jaren; jaren van toepassing van het geleerde, het verkrijgen van nieuw inzicht hierdoor, het experimenteren en durven oefenen met nieuw gedrag, continue toewijding en hard werken. Niet zelden confronterend en pijnlijk bovendien. Ook voor de omgeving is dit vaak een ding; zij dient om te leren gaan met een veranderende persoon en dat blijkt in de praktijk niet altijd soepel te verlopen. Veranderen vraagt dus wel iets van je. Deze intrinsieke verandering, de moeite en de tijd die hierin vaak besloten ligt is wat veel mensen zich ontzeggen of te weinig beseffen. En dat is jammer want dat zorgt voor frustratie of een gevoel van onvermogen achteraf. Het gevoel van maar niet dichter bij de heilige graal te kunnen komen; hoe harder je rent (lees: hoe meer boeken je leest of coaches je inschakelt zonder structurele toepassing van het geleerde in de praktijk) hoe onbereikbaarder je doel lijkt. Niet in eerste instantie, nee want in het begin heerst de triomf van het inzicht en de euforie van het NU: ‘nu gaan we het allemaal beter doen’. Maar zodra de weken verstrijken, de handvatten en technieken niet meer ingezet worden, de stemmen van ‘De jongens van 365 dagen succesvol’ vervagen, en men weer over gaat tot de orde van de dag, zo verdwijnt ook de gerichtheid op waar het hem allemaal om te doen was.

Veranderen kan maar je moet er wel wat voor doen,  vraag het maar aan Boeddha.

“Knowing is not enough; we must apply.
Willing is not enough; we must do.”
~Johann Wolfgang von Goethe

 

Advertenties

Onwaarschijnlijk raar maar waar gebeurd

Met A. op een avond het onderwerp besproken van de ‘Onwaarschijnlijke raar maar waar gebeurde verhalen”. Verhalen waarbij ik, haar moeder, een hoofdrol in speelde. Ik dacht dat de rare spannende verhalen op een hand waren te tellen maar ik kon er moeiteloos een top 10 van samenstellen. A. vond nummer 6 het meest engst en spectaculair. Ik moet er wel bij vermelden dat de meeste gebeurtenissen al wat gedateerd zijn dus het wordt tijd voor het maken of het beleven van nieuwe spannende rare events.  Tot die tijd voorlopig de onderstaande selectie.

Nummer 10. Gebeten worden door een Portuguese Man of War (zeer giftige jellyfish) op Curacao. Na de beet leek het alsof ik een infarct kreeg. Vaag herinnerde ik mij dat een jongen aanbood over mijn been te plassen (dat zou namelijk helpen) maar dat ging mij te ver. Uiteindelijk heb ik drie dagen in een ziekenhuis gelegen en heb ik nog dik een half jaar rondgelopen met de rode striemende littekens voluit over bil en been.

Nummer 9. De helse skytrack in Costa Rica waarbij we door het oerwoud werden geloodst en op bepaalde punten vanaf één kant van het bos naar de andere kant werden gelanceerd (in een soort hangtuigje aan een katrol op minimaal 10 meter van de grond). Ik bleef ergens in het midden steken en hing dus in mijn uppie te bungelen ‘ins blaue hinein’. Na een bizar krachtige reddingspoging werd ik door iemand van het team naar de andere kant gesleept. De tocht eindigde in een free fall naar beneden vanaf een toren bovenop de berg in een dichte mist met windkracht 6? Volgens mij huilde ik toen ik mij in het gapende gat van de mist wierp.

Nummer 8. De eerste (en laatste) zeiltocht van V. en ik op het Grevelingenmeer met windkracht 7, zonder vaarbewijs of wat dan ook, na slecht een paar zeillesjes. Net op het punt dat de boot zou kapseizen riep V in  een uiterste noodkreet. Fok los!! Hij had dit al een stuk of tig keer geroepen maar ik hoorde hem niet door de wind en de paniek. Pas op het allerlaatste moment kreeg ik de tegenwoordigheid van geest en deed ik de verlossende actie waardoor de boot weer recht kon trekken. Ik had echter niet in de gaten dat de mast met een weergaloze snelheid mijn kant opkwam en op een milihaartje na langs mijn hoofd zeilde. Een wonder dat ik het kan navertellen. Daarna nooit meer gezeild.

Nummer 7. De keer dat ik mijn haar liet invlechten bij een nogal wilde kapster in Rotterdam West. Zij vertelde mij allerlei verhalen over haar vriend maar sprak duidelijk over hem in de verleden tijd. Ik was in het geheel niet tevreden met het resultaat maar merkte de laatste 10 minuten op dat er op haar toonbank een echt heus pistool lag te shinen. Het leek mij niet het type om ruzie mee te maken dus ik heb gedwee betaald waarna het haar vanzelf is uitgevallen (met de tijd). Ik kon alleen maar raden wat er met haar vriend moet zijn gebeurd.

Nummer 6. De man die mij stalkte tijdens mijn studenten tijd. Hij was er achtergekomen waar ik stage liep (gemeente stadhuis) en stond onverwachts tijdens de lunchpauze voor het raam op de begane grond naar binnen te turen op zoek naar mij. Ik weet nog dat ik in het oog van mijn collega’s zonder tekst of uitleg onder de tafel schoot bang dat hij mij zou herkennen; ik heb er ongeveer een kwartier gezeten en uiteindelijk speelde iedereen het spelletje hide and seek maar mee. Hoe ik uiteindelijk van hem ben afgekomen weet ik niet meer precies.

Nummer 5. De uitnodiging die ik had aangenomen om bij iemand thuis te gaan eten toen ik op rondreis was door de States. Hij woonde in NY in de Bronx. Zijn huis leek op Fort Knox met dubbele hangsloten; alles was hermetisch gesloten. Hier kwam ik pas achter nadat hij mij na het eten onomwonden vertelde dat hij een verre neef was van prinses Christina (lid van ons Koningshuis). Voor de duidelijkheid: hij had een donkere huidskleur, dus dat was beyond absurd. Ik vond het het uitgelezen moment om naar mijn hostel terug te gaan. Gelukkig ontgrendelde hij alle sloten en ben ik in het hier en nu. Pas jaren later las ik het boek ‘American Psycho’

Nummer 4. De man van Hawaii die ik tijdens mijn rondreis had ontmoet en die mij niet los kon laten, al ver nadat ik weer thuis was. Om de haverklap kreeg ik brieven kaarten en foto’s opgestuurd (email was nog niet ingeburgerd kun je het je voorstellen?). Pas toen hij meldde dat hij naar mij toekwam omdat hij met mij wilde trouwen heb ik hem maar onomwonden verteld dat ik in de tussentijd al getrouwd was en een foto van een anonieme man uit de Wehkamp bij de brief gestopt. Niets meer van hem gehoord.

Nummer 3. De keer dat ik geen geld had maar supergraag naar North Sea Jazz wilde gaan. Ik ging er op de bonnefooi naar toe wetende dat het goed zou komen maar ik had alsnog geen kaartje dus wat wil je dan?  Ik heb een uur rondgehangen voor de kassa en de jongen achter de kassa kreeg waarschijnlijk medelijden met mij en liet mij uiteindelijk naar binnen. Best evening ever en nee never been a groupie.

Nummer 2. De dag van de crematie van een lieve vriend die erg beladen was. Mijn ex was ondertussen met zijn ex en ik zou hen samen zien met de kinderen tijdens de plechtigheid. Ik wist niet of ik deze confrontatie zou trekken. Tot op het laatst heb ik getwijfeld (ik werkte die ochtend thuis) en ik heb maar een gebedje gedaan naar boven. Daarna viel alles plots uit; licht, wifi elektriciteit, computer etc. alles. Het was ook heel raar stil. Ik heb de stoppen gecheckt waarmee niets mis bleek te zijn en ik ben naar de buren gegaan omdat ik verwachtte dat er ergens een kabel uit zou liggen. De buren hadden echter geen problemen. Ik ben naar de crematie gegaan in de wetenschap dat J. mij zou steunen. Die avond heb ik over hem gedroomd en hij vertelde mij dat het goed ging met hem.

Nummer 1. Op de ringweg van Antwerpen na een hele fijne avond aangehouden door de Antwerpse politie. Grote alcoholcontrole en of ik wilde blazen. De eerste agent die mij staande hield vertelde mij dat ik moest stoppen en aan de kant van de weg moest parkeren. Ondertussen zag ik echter dat er mensen voor mij in de rij mochten doorrijden. Ik reed door naar agent nummer 2 en klaagde mijn nood: “Maar zij mogen doorrijden”. Hij begreep mij verkeerd en meende te verstaan dat zijn collega tegen mij had gezegd dat ik  mocht doorrijden. Dus hij maakte een ‘ga maar door’ gebaar met zijn hand. Wat te doen? Ik trapte hem op zijn staart en reed door met klamme handjes bang dat ze achter mij aan zouden komen rijden,  hetgeen gebeurde. De agent reed beurtelings achter mij, naast mij en toen weer achter mij.  Het machtsvertoon ging nog even door en toen dropen ze plotseling af. Waarom ze mij alsnog niet hebben laten stoppen? Beats me.

Hebben jullie een leuk spannend sterk verhaal. Share it with the crowd. Het leukste spannendste of gekste verhaal krijgt iets leuks spannends en geks opgestuurd 🙂

Que sera sera

Nu ben ik nooit echt heel goed geweest in het vak geschiedenis. Ik had niets met het uit mijn hoofd leren van gortdroge feiten en in mijn tijd was het motto in de klas: geweest is geweest en niets meer aan doen. Twee geschiedenisleraren zijn in mijn herinnering blijven hangen.  Mijnheer Knijnendijk, ook wel liefdevol Knijntje genoemd, omdat hij een beetje wezenloos  was en altijd gekleed ging in kleurig gestreepte strak zittende truitjes die behoorlijk kinderlijk overkwamen en niet echt samengingen met zijn pluis-sikje. De échte held in dit verhaal is Mijnheer Litjes. In de wandelgangen ook wel Raspoetin genoemd omdat hij er gewoon zo uitzag. Hij was van het type onconventioneel; dat bleek uit zijn verschijning: gitzwart haar stijl achterovergekamd met indrukwekkende zwarte baard en diepgroene onverschrokken ogen. Zijn stijl van lesgeven was ook alles behalve allerdaags te noemen.  Steevast ging hij op een willekeurige tafel zitten bij aanvang van de les en sommeerde ons om direct onze boeken dicht te doen. Vervolgens declareerde hij ins Blaue Hinein over allerhande hoogtepunten uit de geschiedenis waarbij hij de meest gruwelijke gebeurtenissen niet uit de weg ging, integendeel, hij leek er een Spartaans genoegen in de scheppen om sommige details tot op het weerzinwekkende bot uit te diepen.  Wij  hingen dan ook aan zijn lippen met elke bloederige moord, veldslag of wat dan ook op dat moment zijn aandacht had.  Op de wijze waarop hij vertelde voltrokken de gebeurtenissen zich bij wijze van spreken voor onze ogen. Snuivende bebloede paarden hinnekend en dampend van de angst en de pijn; de klas was die ochtend verworden tot strijdtoneel waarop Napoleon zegevierde. De keren erna waren we getuige van Griekse taferelen waarbij keizers werden vergiftigd door hun verleidelijke overspelige minaressen en kregen we een inkijkje van de wijze waarop Caligula zijn slaven liet onthoofden in de arena door ze diep in te graven, alleen hun hoofden waren nog zichtbaar om er vervolgens met de botte bijl langs te gaan. Zou daar het “je kop niet boven het maaiveld uitsteken’ vandaan komen?  Anyways niet echt voer dus voor de tere kinderziel. Dit soort verhalen waren wel de perfecte illustratie dat het er niet altijd vreedzaam aan toe gaat in de wereld en bovendien dat het leven niet altijd eerlijk is. Een waardevolle les. Helaas hadden we Mijnheer ‘geweldige’ Litjes maar voor  1 jaar en kwamen de jaren erna nietszeggende slaapverwekkende fossielachtigen voor in de plaats waardoor  ik het vak destijds zo snel als ik kon liet vallen omdat ik er totaal niet de toegevoegde waarde van kon inzien.

Tot de gebeurtenis van afgelopen week …

Mijn  E (12 jaar) moest voor geschiedenis  een bijdrage leveren aan een gemeenschappelijke groeps presentatie. Zijn onderdeel zou gaan over Spanje en Karel de Grote.  Omdat hij het lastig vond en ik zo’n  pamperende ouder ben (je kent ze wel) ben ik in mijn hulpvaardige bui zelf de Google catacomben ingedoken. Wat eerst een makkie leek op een zondagmiddag mondde uit in zuchten,  kreunen en hoofdpijnaanvallen van mijn kant. Ik stuitte op een weerzinwekkende feitenkennis waar geen touw meer aan vast te knopen was en waarbij de verschillende bronnen elkaar ook nog eens  tegenspraken. Dit was het moment van bad vibes en slechte visioenen van vroeger.  Even werd ik weer in de tijd teruggeworpen van mijn eigen desolate geschiedenislessen en verwenste ik deze überijverige niet van deze wereld zijnde geschiedenisleraar Herr D. van E, die kinderen van 12 jaar totaal overbodige nonsens liet leren.Who cared about Karel de Grote  en zouden ze daar later echt mee vooruit komen in de wereld? Konden de kinderen niet beter onderwezen worden in hoe een huis te kopen, hoe te stemmen, hoe te solliciteren? Tot overmaat van ramp  heb ik ook het Roelandslied nog verkeerd uitgelegd aan zoonlief waardoor hij  bij overhoring door Herr D. prompt een onvoldoende kreeg. De rest van de jongens trouwens ook omdat zij besloten  hadden maar helemaal niets in te leveren. Tja 12 jaar en dan het Middeleeuwse Spanje moeten beschrijven; ik snap dat dat zo ongeveer even ver weg staat als hier tot de maan, qua belevingswereld dan. Ik kwam warempel  zelf in opstand over dit alles, daar kon Karel de Grote nog een puntje aan zuigen.

Hoe dan ook; zoonlief kreeg een herkansing maar nu moest hij voor straf (omdat Herr D. het resultaat van de gehele groepsexercitie als bijzonder aanmatigend had ervaren) een HELE verhandeling schrijven over Spanje in de Middeleeuwen; vroeg, midden én laat. Herr D. had er dreigend bij vermeld dat hij E. diepgaand aan de tand zou voelen. Het sidderde bij mij zelfs nog even na en ik heb dagenlang last gehad van plaatsvervangende faalangst. Na een stevige opvoedkundige toespraak aan zoon en dat hij toch echt even gas moest gaan geven, kwam hij na een week met ‘De Verhandeling’ op de proppen  en ik moet zeggen: ik was onder de indruk.

Omdat mijn hulp werd gevraagd voor het naleeswerk heb ik mij met de nodige tegenzin wederom over het onderwerp gebogen, maar ja alles om ‘The Son’ te helpen nietwaar. Wat ik verwacht had gebeurde niet. Het langzaam knikkebollend wegzakkend, luidruchtig gapend en  hier en daar met de rode pen in de weer om wat opmerkingen op te kladderen, het bleef uit.

Ik kwam erachter dat het hier om een verdomd interessante tijd ging. Even alle veldslagen en pieterpeuterige hoofdpijnachtige feitjes ter zijde. Wat mij triggerde is het feit dat dit hele gebied de nodige machtswisselingen kende waarbij de Christelijke invloed in eerste instantie dominant was. We spreken dan over de vroege Middeleeuwen, jawel . Gaandeweg werd deze Christelijke grondhouding verdrongen door de invloed van de Islam die steeds meer oprukte. Alhoewel de Islam de meest overheersende godsdienst was in de Tussenperiode kon het zo zijn dat het Christendom werd getolereerd en beide godsdiensten  een soort van vredig naast elkaar konden bestaan. Dit kun je nu nog terugzien in het straatbeeld in Cordoba waarbij kerken op een steenworp afstand staan van de minoretten.  In de late Middeleeuwen raakte de Islam desondanks weer  op de achtergrond en rukte het Christendom op om er definitief te blijven. Beide godsdiensten bleken in beginsel dus prima samen te kunnen gaan en van kruistochten danwel tereurachtige toestanden was geen sprake. Wat toen kon blijkt dus nu niet te kunnen? Waar slaan we dan nu de plank mis?

Gedreven door dit inzicht raakte ik bijzonder enthousiast en prompt zaagde ik mijn zoon door in een urenlang gesprek  waarin ik dit gegeven probeerde uit te leggen aan hem. ‘Een mooie brug tussen de elementen uit het verleden ( de geschiedenis) en het nu’ jubelde ik . Uiteindelijk viel hij uitgeput in slaap (the poor thing) en moest ik het loslaten.  De link tussen het verleden en het heden; ik zag hem opeens duidelijk voor mij. En plots kreeg ik ‘Een Mijnheer Litjes’ openbaring; het besef dat geschiedenis als vak toch echt zijn nut heeft!  Mits de link tussen de actualiteiten en de gebeurtenissen van weleer wordt gelegd en een poging wordt gedaan om hier lering uit te trekken. Waarmee we in het  hier en nu ons voordeel kunnen doen. Helaas gebeurt dat dus te weinig.

Instinctief voelde ik dat Mijnheer Litjes dit destijds beoogde, op zijn manier proberen om onwillige leerlingen toch dit besef mee te geven; dat geschiedenis zijn nut heeft en leuk gebracht kan worden bovendien.  Een mooi inzicht na een zomaar nietszeggend dagelijks voorval. Ik zou hem willen  meegeven dat ik met terugwerkende kracht zijn inspanning heb gewaardeerd. Bij deze dus.

Geluk

lays

Gisteren kreeg ik van een vriendin een zoals dat heet ‘opbeurende’ tekst opgestuurd. Je kent ze vast wel, het internet staat er vol mee en op FB word je ermee doodgegooid. Oneliners, diepzinnige quotes die je door de ergste dalen van het leven heen moeten helpen indien nodig. Voor elk zielenroerselen ding dat mogelijk speelt in je leven is er een passende spreuk te bedenken. De thema’s zijn breed en schuwen hemeltergende zaken niet: zelfacceptatie, verlies, liefdesverdriet, en ga zo maar door, het houdt niet op. Op Pinterest staan ze allemaal mooi gegroepeerd op een rijtje mocht je behoefte hebben aan een ‘verkwikkende hart onder de riem’ steker.  Het mooie is ze kloppen ook meestal tot op vervelends toe. Vaak is er gewoon geen speld tussen te krijgen. Totdat ik dus gisteren de tekst van Abraham Lincoln onder ogen kreeg. Althans zijn naam stond eronder. Deze luidde: “De meeste mensen zijn zo gelukkig als zij zich voornemen te zijn”.

Lincoln bedoelde daarmee dat je jezelf gelukkig kan maken door het te willen. De veronderstelling dat je geluk afhankelijk is van anderen en wat zij al dan niet doen of dat geluk afhangt van de condities waarin je leeft, gelden als beperkende factoren voor de mate van je geluksgevoel. Abraham zag het als een keuze om gelukkig te zijn. Door in het hier en nu  bewust te kiezen voor het geluk kun je het geluk ook makkelijker toe laten.

Om eerlijk te zijn verwarde dit mij een beetje, a lot mag ik wel zeggen. Ik bedoel,  soms gebeuren er dingen in je leven die je nu eenmaal niet tot vreugde stemmen en die bepaald niet bijdragen aan je geluksgevoel. Aan de andere kant vind ik het ook een mooie omdenker (i hate that word) maar goed het schijnt dat iedereen meteen snapt wat hiermee wordt bedoeld. Het is natuurlijk best een hopeloos triest gebeuren als je je leven lang wacht op de juiste condities om zogenaamd geluk te kunnen ervaren. De fantastische carrière, het gelukkige gezin met hond en kat en 1,8 kind (of was het 2,8?), de liefde van je leven, het gedroomde koophuis, de uitgebreide vriendenkring, de mooie reizen naar verre oorden, kortom you get the picture. Op zich doe je jezelf te kort om daarop dwangmatig te gaan zitten wachten, want face the facts: de condities zullen nooit 100% zijn. Er zal altijd iets op af te dingen zijn. Heb je je mooie huis bijvoorbeeld dan gaat alsnog je lievelingskat dood. Heb je dan uiteindelijk je droombaan loopt je partner weg, win je na 100 jaar die f*cking lotto stort het vliegtuig neer (zoals Alanis Morisette het al zo mooi bezong in Isn’t  ironic). Er zijn mensen die altijd maar zoekend zijn, je kent ze vast. Op zoek naar wie ze zijn, wat ze nu echt willen in het leven en blijven zoeken, al dan niet met hulp van coaches, trainingen en ondertussen de mooie dingen die op hun pad komen lijken te missen. Ze blijven maar krampachtig zoeken naar het geluk of gelukservaringen, maar zien het niet hoewel ze er met hun neus bovenop staan.

De uitspraak van Abraham blijft mij toch bij. Hij is des te opmerkelijker als je ervan uitgaat dat deze illustere president van zijn vier kinderen er slechts 1 de volwassen leeftijd zag bereiken. Drie kinderen stierven vroegtijdig. Als gevolg daarvan werd  zijn vrouw door de stress die dit opleverde voor korte tijd naar  een mental asylum gestuurd. Abraham Lincoln zelf leed lange tijd aan wat toen doorging voor ‘melancholy’. Hedentendage zou dit worden aangemerkt als een klinische depressie. Misschien is het gegeven dat hij vasthield aan het idee dat de menselijke geest gecontroleerd wordt door een hogere macht reden om aan te nemen dat hij vertrouwen had in de loop der dingen en de onafwendbaarheid ervan. En daardoor makkelijker kon komen tot acceptatie. ‘Accept the things you can not change and change the things you can’. En dat zijn motto was om in de tussentijd te genieten van de dingen die er wél zijn en daar je geluksbeleving uit te halen, hoe klein dan ook. Maar dat vul ik zelf in hoor…

Geluksbeleving kan er ondanks alle narigheid, zijn op elk moment van de dag maar je moet er voor willen kiezen, je moet jezelf ervoor willen openstellen. Die beleving zit dan wellicht niet altijd  in het grote maar vaak veel meer in het kleine. Een klein gebaar een gevoel dat je overvalt, een klein berichtje, iets wat je krijgt of wat je aan een ander geeft. Het hoeft allemaal niet zo veelomvattend moeilijk of groots te zijn. Het goede doen voor jezelf en voor een ander daar zit het hem doorgaans in.

Helaas kan ik het Abraham  niet meer vragen Maar ergens deep down denk ik dat hij het wel een beetje met mij eens is.

“When I do good, I feel good. When I do bad, I feel bad. That’s my religion.”
― Abraham Lincoln

…en oh ja soms is het gewoon allemaal even shit. Dat kan natuurlijk ook. Maar dan kauw je snel een zakje Lays chips weg en dat maakt ook gelukkig!

Right In your Face Book

Ditmaal een verzameling van random gebeurtenissen in en rondom huis die uw couch potato (miss deesonsofa) eerder heeft gepubliceerd op FaceBook.

Met E en A naar de stad gefietst. Het kostte nogal wat moeite ( understatement ) om E achter de laptop vandaan te trekken. Onderwijl kijkend naar een melkopschuimer bij de bijna failliet verklaarde V&D merkt Eremo op dat ik echt een coole moeder zou zijn als ik hier mi-ni-ma-le tijd aan zou besteden. “Hou je aan het snelheidsprogramma mam dan ben je pas echt goed bezig. Meestal lukt je dat namelijk niet je bent eigenlijk best heel erg langzaam’. Met het snelheidsprogramma doelt hij op het feit dat we net 3 spijkerbroeken voor hem hebben gekocht in exact 5! minuten. Ik kijk naar de schuimer en dan naar E, geef mijzelf nog 180 seconden en word ter plekke de vleesgeworden verpersoonlijking van ‘Het Snelheidsprogramma’. Het kost enige zelfopoffering (want zonder schuimer naar huis) maar hey at least i am cool!

Na een drukke dag ben ik onaardig naar Happy de Hapster, onze kat die ongelooflijk aan het miepen is door te krabben en te miauwen aan de slaapkamerdeur (terwijl ik de kinderen naar bed breng en ze probeer stil te krijgen). “Hou je kop” roep ik tegen Happy omdat het gemiauw genadeloos doorgaat. Prompt krijg ik een por van Eremo of ik alsjeblieft niet zo onaardig wil doen want het betreft hier namelijk een ‘levend wezen’ en tegen een levend wezen doe je toch niet zo onvriendelijk. Ik sputter nog tegen dat Happy echt een kat is en geen mens en dat ze hier heus niet van slag door raakt. Eremo is niet voor één gat te vangen. “Ja maar, wat nou als ze een kat van Mars is en ze zo miauwt omdat ze ons wil laten weten dat er iets aan de hand is met de aarde en dat er een groot gevaar dreigt…” Daar zou ik niet op zijn gekomen. Vanaf vanavond bekijk ik Happy met heel andere ogen. Ik zal nooit meer “Hou je kop!” tegen haar zeggen. Want zoiets zeg je niet tegen een kat…van Mars notabene.

Terug van een rondje skaten/longboarden in het Kralingse bos met E en A. Bij thuiskomst antwoord ik misschien wat afwezig op Azoias vraag (wat heel goed mogelijk is want ze stelt er ongeveer 1000 per dag). Ik hoor Azoi plots peinzend zeggen (terwijl ze haar gezicht vlak voor die van mij houdt en mij indringend aankijkt): “mam ik voel dat onze connectie aan het verslappen is”. Zucht…

“Alstublieft neemt u deze maar mee” zei het meisje alleraardigst achter de kassa bij de plaatselijke buurtdrogist. Ze knipoogde er nog net niet bij toen ze mij het monstertje meegaf. Verbeeldde ik het mij of keek ze mij wat meewarig aan?
Kippig als ik ben ( lost my glasses in Paris) gooide ik het in mijn tas en bedankte haar vriendelijk. Mijn voorgangster in de rij kreeg het niet aangeboden dus it was my lucky day. Thuis aangekomen ontdekte ik dat het ging om een anti rimpelcreme…succes binnen 2 weken gegarandeerd.

En de zomerzwoelheid maakt wat los in een mannenbrein. Mijn revenge op mijn granny anekdote van gisteren, want ja iets moet mij uit het slop trekken. En mijn wensen worden verhoord. Ik loop nietsvermoedend naar mijn auto nadat ik vandaag uit de bewuste E lijn ben gekropen, want warm, klam en een tetterend Weib tegenover me die ongenereerd en luid aan het facetimen is. Een man die regelrecht uit een Spike Lee movie lijkt te zijn weggelopen passeert mij op links en iets in mij trekt zijn aandacht. Hij glimlacht vriendelijk en groet mij met ‘hallo prinses!’ Ik moet er ook om lachen en terwijl ik mijn sleutel in het slot draai en dank je wel zeg, lacht hij erachter aan: ‘ja je bent echt een prinses; een mooie elegante vrouw’. Ik moet nu breder lachen en zeg nogmaals dankjewel terwijl ik mijn auto instap. Toevallige ontmoetingen…leuker kunnen we ze niet maken!

In een overvolle trein en een schattig heerschap van een jaar of 24 vraagt of ik wil zitten. Ik lach vriendelijk terug en weiger zijn aanbod. “Wilt u echt niet zitten?” Hij kijkt mij aan met zijn blauwe ogen. “Nee hoor zeg ik echt niet”. Hij richt zich weer op zijn boek. Na een paar seconden vraagt hij: “Moet u lang?” Nu begin ik te twijfelen. Ik zie er toch niet zwak, ziek, misselijk of hoog bejaard uit mag ik hopen. “Nee hoor zeg ik Rotterdam of uhhh nee toch niet uhhhh Laan van Noi ja dat was het!” en ik lach er opgelucht bij.  Ik zie hem nu echt denken: ‘dus toch een typisch gevalletje van hoogbejaard!’ Ik probeer op mijn hipst weg te lopen bij het verlaten van de trein.

Oef er kruipt een spinnetje tegen mijn koffiekopje op in de ruimte waar ik zit. Dan valt hij op de tafel. Ik laat hem even gaan en net op het moment dat ik denk ‘strakjes even in een plantenbak zetten’ zet mijn buurvrouw er met een triomfantelijke harde klap een leeg koffiebekertje op. Ze kijkt mij aan met een blik alsof ze hiermee een geweldige daad heeft verricht voor deze dag. Ik kijk beteuterd voor mij uit.ik denk niet dat we ooit heel close zullen worden.

Goed app gesprek met mijn dochter 🙂 ik weet nu hoe ze mij ziet!

11-7 11:13] Azoia ♡: Er is en elyjan
[11-7 11:13] Azoia ♡: Hoe schrijf je dat eigenlijk
[11-7 11:13] Daisy: Wat is een elyjan?
[11-7 11:13] Daisy: Ahaaaaaaa
[11-7 11:13] Daisy: Een alien!!!!
[11-7 11:14] Daisy: Hahaha ik lach me een deukje
[11-7 11:14] Daisy: Alien
[11-7 11:14] Azoia ♡: Ooww zo schrijf je het
[11-7 11:14] Daisy: Zo schrijf je het
[11-7 11:14] Azoia ♡: Hahahah
[11-7 11:14] Azoia ♡: Deukje
[11-7 11:14] Daisy: Dat is een eng gek beest uit de ruimte
[11-7 11:14] Azoia ♡: Weet ik
[11-7 11:15] Daisy: 😀☺
[11-7 11:15] Azoia ♡: Hahaha net ala jij
[11-7 11:15] Azoia ♡: Als
[11-7 11:15] Daisy: Hahaha ik wilde het net zeggen!!!!!

Azoi zit in haar Chuckie angst fase nadat ze per toeval op een link van de griezel had geklikt. Overal meent ze hem nu te zien en ze eist dat ik haar door het huis heen vergezel, uit angst om het moordzuchtige secreet tegen te komen. Misschien dat ze daarom een wat gelijksoortig gedrag vertoonde, gisteravond in bed voor het slapen gaan. Ze vond een bepaald persoon die ter sprake kwam beslist een ‘stomme kip’ waarna ze er (na een beklemmende stilte en met diepe stem) op liet volgen: ‘ja ik heb nu eenmaal ook mijn zwarte kant…..moeder…’ Ok hammer house of horror last episode.

Ik ben echt geen watje een pussy of een slapjanus. Maar soms bekruipt je zo’n gevoel…. Gisteren was ik in gesprek met zo’n lekkere oerhollandse stevige no nonsense vrouw. Net toen ik een hopeloos verhaal wilde ophangen over het feit dat ik god christ mijn hele zomervakantie zou gaan opofferen voor het opknappen van de kinderkamers (de moed zinkt mij al bijvoorbaat in de schoenen, een hyperventilatie ligt op de loer) was zij mij voor. Ze vertelde mij dat ze net eigenhandig de hele woonkamervloer eruit had gesloopt-volgens mij met een nagelschaartje- en dat ze daarna zelf ‘het vloertje’ (100m bij 100m of zo iets) zou gaan leggen. Ze keek erbij alsof dit haar dagelijkse bezigheid was en spuwde ondertussen wat vloersplinters tussen haar tanden weg. Ik stond er wat moedeloosjes bij. How to become a Wodan Woman?

Ik lig met Azoi nog even gezellig in bed te kletsen maar het is nu echt tijd om te gaan slapen (ben zelf ook moe na een nogal lange dag). Net op het moment dat ik dat in de groep wil gooien zegt ze overtuigend:”ik ben vanaf nu je man”. Ik trek mijn wenkbrauwen eens flink op en denk er het mijne van terwijl ik haar met zware stem tegen mij hoor zeggen: “Yo schat ga slapen!”

Met Azoi op hels koopavontuur want zaterdagmiddag 24 graden en midden in het centrum van Rotterdam. Ter hoogte van de Westersingel (rond China Town) bekijkt Azoi de overstekende mensen met volle belangstelling vanuit de auto. “Die man lijkt op een Chineees” zegt ze terwijl ze de man in kwestie met haar ogen volgt. “Dat is hij ook” merk ik op. “Hoe weet je dat? Vraagt ze. “Omdat hij er gewoon heel heel erg op lijkt”…

Sexuele voorlichting tijdens het avondeten. E (11) stelt voor het eerst zomaar spontaan wat vragen die ik natuurlijk op een Krampachtig Doodnomale Wijze probeer te beantwoorden. Ware het niet dat ik A (8) letterlijk ineen zie krimpen bij mijn uitleg. Navraag leert dat zij grote walging voelt bij het gebruik van het woord -sex- en of we dat ‘please please please’ kunnen vervangen door ‘piep’. Ze wordt er nl echt onpasselijk van. En daarom kan het dat ik mijzelf op een gegeven moment uiterst serieus hoor zeggen: ‘dus, als je heel graag met iemand wil piepen dan is het handig voordat de piep begint je afspreekt om het veilig te doen zodat je achteraf geen spijt krijgt van al dat gepiep’.

Dilemma over de paardenposter uit de Penny van Azoi. Op de ene zijde staat er een vrolijk galopperend ponypaardje die er ogenschijnlijk veel zin in heeft en op de andere kant staat er een foto van twee paardjes wit en zwart die gezellig naast elkaar staan. Welke ze nu moet ophangen vraagt ze zich in vertwijfeling af. “Het ene ponypaardje staat voor doorgaan en niet opgeven en de andere paardjes staan voor liefde. Welke mam moet ik nu kiezen?” Zware keuzes op de zaterdagavond….

In de supermarkt in de rij . De zeer dikbuikige man verzucht tegen zijn dochter(?) dat ze alles nu wel hebben. Klaarblijkelijk heb ik het eerste deel van de grap gemist met andere omstanders een moment erna; ik hoor alleen zijn antwoord: “Alles wat waardevol is hangt onder een afdakje”. Hij zou toch niet bedoelen??…Ik kijk naar zijn enorme buik, mijn ogen dwalen onwillekeurig af naar beneden en ik draai mij snel weer om brrrrrr…niet-aan-denken ik wil hier weg!!!

Even een goed gesprek met Azoi bij het naar bed brengen. Of Sinterklaas nu wel of niet bestaat wilde ze weten. Ik vroeg haar wat haar hart haar ingaf. In dat geval bestaat hij wel besloot ze. “Maar krijgt hij wel een invaller als hij dit jaar met pensioen gaat? Je had toch gezegd mam dat hij met pensioen zou gaan??” Uhhh ja dat had ik inderdaad aangegeven maar kijkend in die hoopvolle puppieogen hoor ik mijzelf zeggen: “Nou ja, hij heeft er nog niet echt iets concreets over gezegd de laatste keer dat ik hem mailde dus waarschijnlijk is hij toch fit genoeg om te komen en stelt hij zijn pensioen nog een jaartje uit”. Zucht….#trapped

Lekker onderweg met mijn rondje hardrennen Even stoppen voor de rek en strekoefening. Achter mij parkeert een auto in en twee oudere mensen stappen zoals dat heet krakkemikkerig, hijgend en bijna botten brekend de auto uit. In de deuropening staat dochterlief met armen over elkaar heen geslagen het tafereel ongeveer 5 minuten gade te slaan; op neutrale toon hoor ik haar zeggen: “gaat het?”

“Nee natuurlijk niet trut” hoor ik haar vader zeggen. “Help ons liever eens een handje”
Okeee toegegeven dat zei haar vader niet. Dat dacht ik zelf.

Vanochtend een algeheel gevoel van malaise; moe, allerlei dingen aan mijn hoofd en voorzie: ‘dit wordt een k*t dag’. In de rij van de koffiecorner in het ziekenhuis waar ik werk vraagt een dame mij een appelbroodje te pinnen. Zij zit in een rolstoel en is zichtbaar meerzijdig verlamd. Ik pak haar portemonnee uit haar tas en zachtjes fluistert ze haar pincode in mijn oor. Ik merk op dat het misschien verstandig is als ze haar beurs niet in het voorvakje houdt ivm eventuele diefstal. Ze kijkt mij aan en vertelt mij onomwonden dat het leven sowieso1 groot gevaar voor haar is. Ik begrijp het zonder verdere woorden; of haar geld al dan niet wordt gestolen is een ding geheel onderaan haar waarschijnlijk lange zorgenlijst. Ik overzie plots mijn mogelijkheden en stap uit mijn gevoel van moedeloosheid# Een onverwacht moment van bewustwording.

Ondertussen in huize weltevree:
Azoia’s tand zit dramatisch los maar hoe ik ook aanbied haar te helpen (ijsblokes in de aanslag, doekjes in mijn achterzak, nummer 112 paraat) niets helpt; ze is vastbesloten. Aldus Azoi: ze wil niet scheiden van haar tand ‘waarmee ze al zoveel heeft meegemaakt’.

Vintage markt op Katendrecht voor de hip & happening. Gezellig sfeertje met bio food en hier en daar wat vintage kraampjes. Bijna lopen we in op een rij van wachtende mensen. Benieuwd wat hier te doen is. Met een Uiterst Serieus Gezicht zie ik een koffiedame achter de ‘counter’ gekookt water opschenken op een aantal koffiepotjes met daarop een doodnormale filterhouder met daarin waarschijnlijk doodnormale koffie. Dit is wel weer eens verfrissend om te zien naast de gehypte hysterie van tegenwoordig over dé beste koffieboon, dé beste manier van zetten van espresso en cappuchino en alle barista kunsten daaromheen. Ik trek mijn wenkbrauwen op en waag te zeggen: “Leuk zeg back to basic”. Naast mij hoor ik de stem van een meisje die net aan de beurt is en alle handelingen met een chirurgisch oog voor detail gade slaat. ‘Ja, écht slow koffie!” voegt zij eraan toe.

Slow koffie??? SLOW KOFFIE??? Hoor ik dat goed??? En dan weet ik het plots zeker; hier is sprake van een generatiekloof en ik ben definitief een fossiel.

Pasen; het verhaal van vergeving, een nieuw begin, en wonderen. Azoi blijft bij het paasontbijt bij haar standpunt. “Ik geloof erin dat Jezus heeft geleefd en aan het kruis is gestorven maar niet dat hij is opgestaan daarna. Dat kan namelijk niet!”. Ik probeer meestal op dergelijke momenten er iets educatiefs in te gooien. “Je hoeft dat ook niet te geloven, dié specifieke gebeurtenis; maar op zich is het geloven in wonderen wel mooi, het kan je kracht geven, hoop en inspireren. Vervolgens noem ik een paar voorvallen die je op zijn (paas)best beslist wonderbaarlijk mag noemen. Zoals het verhaal van een 10 jarige jongen die droomde van zijn opa die uit zijn bed stapt en dan voor zijn bed instort. De volgende ochtend vertelde zijn moeder hem: “je opa is vannacht gestorven”. De jongen zei dat hij het al wist. Het bleek precies zo gegaan te zijn als in zijn droom.Of het verhaal van een moeder die haar peuter bekneld zag liggen onder een gigantische truck. Ze twijfelde geen moment en met bovenmenselijke kracht liftte ze de truck een stukje op en redde daarmee het leven van haar peuter. Het verhaal van wonderen bevalt Azoi wel. Het is even stil. “Het is echt een wonder dat mijn haar zo lang is en tot op mijn billen hangt” jubelt ze.

Ja life is a wonder…

‘Gekleurde bloemetjes in tha face’ Piet

FUHUUUUUHHHuck ik dacht dat ik zou ontsnappen aan de hele zwarte pieten en DENK discussie. Er is al zoveel over gezegd en geschreven. Omdat iedereen tegenwoordig overal een mening over heeft buitelen de denkbeelden (al dan niet onderbouwd of overdacht) over elkaar heen en zorgen voor  de nodige reuring. Gemoederen moeten nu eenmaal worden beziggehouden anders wordt het saai. En niets zo’n dankbaar onderwerp als een onschuldig oer hollandse kindertraditie (namelijk het sinterklaasfeest ) bij kop en staart nemen en dat koppelen aan god christ zwaar heftige, kopfschmerzende onderwerpen zoals rassendiscriminatie, eeuwenlange onderdrukking, stigmatisering en negatieve beeldvorming. Je zou bijna vragen welke ‘he or she’ deze niet logische link in den beginne heeft weten te leggen maar dat terzijde.

Ik had dit alles dus lekker langs mij heen willen laten gaan, knabbelend aan mijn chocolade letter, ik heb godbetert wel andere dingen om mijn hoofd over te breken. Het geheel een beetje laffig afdoend in de zekerheid  dat mijn kids in ieder geval opgegroeid zijn in de ‘echte’ sinterklaastraditie en niets van de voorpret door de hele discussievorming eromheen hebben hoeven missen.

Maar de humorvolle blog van Nicolumn  (https://niccolumndotcom.wordpress.com/2016/06/01/ik-ben-een-witte-kuttekop-die-stinkt-naar-kaas/) vol met kwinkslagen en lekker zwaar verbaal geschut zette mij aan het denken.  Maak ik mij misschien schuldig aan vermeend racisme door in het nabije verleden (A. is dit jaar voor het eerst een non-believer) te hebben genoten van het sinterklaasfeest, de kwestie te negeren en mij niet betrokken te voelen? Of laat ik mij dit nu opleggen? En hoe komt dat dan? Speelt moedeloosheid een rol omdat het een discussie is die tot nu toe alleen maar tot patsstellingen leidt, eindeloos is en enkel gebaseerd is op emoties die nu  eenmaal sterk zijn gekleurd? (Ok woordspeling niet bewust gedaan, het zou zomaar verkeerd opgevat kunnen worden, stel je voor).

Het is niet zo dat ik mij in een geheel neutrale positie bevind. Ik ben immers ook in het verleden uitgemaakt voor Cambodjaan, Chinees, Pinda en uhhh Eskimo?? Op de middelbare school merkte een docent over mijn opstel op  dat Indo’s nu eenmaal niet de Nederlandse taal  machtig zijn en dat dat mijn lage cijfer verklaarde (really? Ja really! en dit is nog geen eens zo heul lang geleden, niet 100 jaar ofzo). Deze opmerkingen heb ik naast mij neergelegd;  de stereotype tante Lien sketches alsmede de stigmatiserende Lonnie reclames heb ik nooit als storend ervaren. Ik heb  aan het begin van de zwarte pietendiscussie wel een proef op de som genomen. Ik ben toevallig in Het Bezit (ook een woordspeling en nee niet vanuit een koloniale overtuiging, mark my words)  van een paar lieve vrienden met de kleur van een ebony houtje. Bij navraag aan mijn kinderen of zij misschien aan desbetreffende vrienden moesten denken als zij zwarte piet voorbij zagen huppelen keken zij mij aan ‘if i totally lost it all’ en dan bedoel ik mijn verstand. Voor mij was toen de kous af, then en there. Ik heb de discussie losgelaten en mijn eigen plan  getrokken.

Maar ik kan niet in andermans ziel kijken  zo ook niet in de ziel van mijn gekleurde medemens. Hoe gevoelig iemand is of niet, zich al dan niet aangesproken voelt om een vermeend onschuldig beeld. Het hangt af van zoveel verschillende dingen.  Misschien gaat het nog geen eens om zwarte piet an sich, maar om een collectief achtergesteld gevoel door de eeuwen heen, misschien betreft het wel een diepgewortelde rouw in het DNA, overgedragen van generatie op generatie. Maar misschien is het allemaal wel banaler en wordt het thema gebruikt om zich persoonlijk op te kunnen profileren hetgeen Sylvana nu wordt verweten.

Nu zag ik laatst ook een interessant filmpje voorbijkomen over een sinterklaasintocht uit 1935 waarbij de pieten zonder uitzondering wit waren en sinterklaas wiebelend als een malloot op zijn paard zat.(http://www.welingelichtekringen.nl/opinie/376007/opzienbarende-video-de-intocht-van-de-sint-in-1935-geen-zwarte-piet-te-bekennen-wel-veel-witte-pieten.html). Klaarblijkelijk is er tussen toen en nu ook het enige veranderd. Veranderen kan dus wel.

Het is goed als culturele tradities meegroeien met de culturele mores van dat moment. Op zich is dat een interessant sociologisch gegeven en kan alleen maar worden toegejuicht omdat er klaarblijkelijk  sprake is van een vrije  en tolerante omgeving waarin dit zich kan ontwikkelen. Maar met dien verstande dat er ook respect is en blijft voor de diepgewortelde traditie van de mensen die hier ook een gevoelsmatig belang aan hechten. Met liefde en aandacht voor de kernwaarden van de eigen cultuur. De crux is dus om elkaar halverwege te vinden. Daarom is de ‘roetveegpiet’ een aardig compromis in het geheel waar beide ‘strijdende’ partijen zich toch in zouden moeten kunnen vinden. Maar is ‘de bloemetjes in tha face’ piet gewoon (nog net) een brug te ver.

Femme Fatale

(Eerder verschenen in memoires van een desperate housewife)

Laatst nam een bekende van mij het woord “femme fatale” in zijn mond verwijzend naar een nogal ongelukkige situatie waarin ik mij had gemanoeuvreerd. Ik was in een keer gegrepen door de term. Een mooi woord dat terstond allerhande filmische beelden oproept. Daar zit zij deze ‘Femme Fatale’. Gezeten in een rokerige coupé, jaren 30, crisistijd, een nauwsluitend mantelpak omvat haar wulps vormgegeven lichaam en zij staart uit het raam; haar gedachten zijn mijlenver en laten zich niet raden. Beheerst en kalm rookt zij haar sigaret, haar lange ranke vingers met helrood gelakte nagels omvatten het mondopzetpijpje en haar perfect gestifte lippen laten een lichte afdruk achter op de filter, oppervlakkig als de zucht van de wind. Bedachtzaam inhaleert zij de rook en blaast deze vervolgens lichtjes uit terwijl haar blik zich als een toevalligheid richt op de jonge mooie man tegenover haar. Hun blikken kruisen zich voor een kort moment, een seconde lijkt het, maar lang genoeg. Zijn interesse is gewekt en ondanks zijn a) voorgenomen huwelijk b) zijn op handen zijnde baby c) zijn romantische 5 jarige huwelijkse lustrum kan hij zich niet bedwingen om haar verder op te nemen. Het lijkt terloops maar met een uiterste precisie registreert hij hoe haar glanzende bruine golvende lokken over haar schouders vallen, haar gelaat en roomwitte huid stralen iets sereens uit maar roepen ondertussen wilde taferelen bij hem op van de Venus van Urbino van Titiaan. Haar diepblauwe ogen lijken een oneindige poel waarin elke man ongeacht leeftijd en afkomst zich in zou willen laven. Hij huivert als een plotselinge windvlaag haar parfum langs hem heen doet glijden, als een koestering, een belofte zet de geur zich vast in zijn geheugen. Plots richt zij zich op, alsof zij zich iets bedenkt, haar boek glijdt van haar schoot af en valt op de grond. Hij buigt zich naar voren om het op te pakken, de voorkant van Tolstoys Anna Karenina lijkt hem iets te willen zeggen….

Hier stop ik voor dit moment. Ik ben zelf ook erg benieuwd hoe dit afloopt maar waar ik het eigenlijk over wil hebben is dus het verschijnsel ‘femme fatale’ en wat iemand nu eigenlijk tot een dergelijke fatale vrouw maakt. Allereerst denk ik dat een femme fatale zich altijd uitermate beheerst opstelt. Zij is als een echte Mata Hari te allen tijde de situatie meester en zal zich niet als een gillend monster over de grond werpen als blijkt dat de jongste van drie net de nieuwe camera (derde op rij) gemold heeft met haar nieuwsgierige peutervingertjes. Een femme fatale ziet er mijns inziens ook altijd onberispelijk uit, zij is onbedacht gestileerd wat zeker bijdraagt aan haar kalme uiterlijk. Dit alles staat uiteraard in schril contrast met het beeld van de Überhuismoeder die met de klodders deeg nog in haar haar verwilderd de voordeur opent en oog in oog komt te staan met een uiterst charmant heerschap van de TNT post, die vervolgens niet weet hoe snel hij zich uit de voeten moet maken. Daarnaast denk ik dat de term geraffineerd op zijn plaats is, een femme fatale weet de situatie als geen ander naar haar hand te zetten dat is zo ongeveer haar tweede natuur. Haar minder fortuinlijke sexe-genoot echter lijkt het allemaal maar te overkomen: “hoe bedoel je moet ík die 260 biologische granenpannenkoeken voor het jubileumfeest van de school bakken? Nou ja vooruit dan maar, als niemand anders het ziet zitten…” Last but not least zit een femme fatale waarschijnlijk nooit verlegen om een inspirerend gesprek met een leuk heerschap want daarom is zij nu eenmaal dé femme fatale. Het alternatief van de patience spelende huismus is minder aanlokkelijk maar komt vaker voor dan je denkt. Ach ja, had ik maar iets meer van een femme fatale in mij, dat zou het leven wel een extra touch geven. Een zekere ‘je n’est sais quoi’. Tips, do’s en dont’s van échte femme fatales zijn daarom van harte welkom!

Brain Fog en het grote Waarom

Nu heb ik de laatste dagen last van een zogenaamde Brain Fog. Wat dat dan is zou je je kunnen afvragen. Een Brain Fog komt nog het best overeen met het gevoel door een uitgestrekt oerwoud vol met dikke plakkerige mist te dwalen. Geen hand voor ogen kunnen zien en op de tast in de half wit grijze massa jezelf een weg proberen te banen naar uhhh de heilige graal? Whatever dat dan ook moge zijn in mijn geval (wat op zich al behoorlijk verontrustend is want ieder mens zou een doel Ims Leben moeten hebben of op zijn minst ergens naar op zoek zijn, nietwaar?). Die dampende zompige nevel voelt verdomd echt in mijn hoofd en vandaag was hij op zijn ergst en ik moest werken. Vanwege de Brain Fog verliep alles dus niet  helemaal zoals het moest maar aan het eind van de dag bleek ik nog steeds mijn baan te hebben ondanks mijn op zijn minst gezegd buitenissige gedrag. Nu zijn mijn collega’s wel wat van mij gewend, zijn het vooral ook geen doetjes dus alles vooralsnog ok, althans voor vandaag.

Wat een merkwaardige bijkomstigheid is van De Brain Fog is dat de dingen een tandje langzamer gaat dan normaal of zeg maar gerust tempo slow motion. Ik bedoel dan met name bij mijzelf. Ik merk het aan mijn bewegingen, mijn manier van formuleren maar ook aan mijn reactie undsoweiter. Daarom word ik mezelf de laatste dagen meer dingen gewaar, ik heb er gewoonweg meer tijd voor nu.

Zo stond ik vandaag in de rij voor de kassa en het viel mij op dat een heerschap met bivakmuts op, bomberjackje aan en in het gezelschap van Sein Weib (in groen joggingpakkenfleecestof), in zwaar ongeduld heen en weer benend, op zoek was naar een vrije kassa. Tja, bingo! Albert Heijn 6.00 p.m. doordeweeksedag drukker kunnen we het niet voor u maken. Al luid protesterend vroeg hij zich hardop af  WAAROM er geen extra kassa bij kon komen. Tja dat dachten er meer maar omdat hij nu eenmaal het voortouw nam, de andere mensen te murf waren om er wat van te zeggen en ik in mijn Brain Fog zat kwam er helaas geen ‘movement’ op gang; kortom er gebeurde niets.

Buitengekomen stapten beiden met de boodschappen op de fiets. Ik stapte ook op de fiets en fietste achter ze aan. Ze zouden patat gaan eten alhoewel Das Weib aan het lijnen was. ‘WAAROM zouden we dan geen patat kunnen eten?’ vroeg het opgewonden standje zich af. ‘We eten toch altijd 1 keer in de week patat, dat maakt echt niets uit hoor’. Ik kon niet meer horen wat ze antwoordde. Maar aan haar afhangende schouders te zien voerde een zekere moedeloosheid de boventoon. We moesten het stoepje af en links van ons stond een wegversperring. Niet onopvallend, niet bijzonder opvallend, hij stond daar gewoon klaarblijkelijk. Maar wederom vroeg bomberjack zich hardop af WAAROM daar nu een wegversperring moest staan. ‘De weg was toch allang klaar?’

Alhoewel ik vandaag niet op mijn snelst ben begon ik mij langzamerhand toch af te vragen waar dit dwangmatige gedrag tot het achterhalen van niet ter zake doende dingen vandaan komt. Stel je voor dat deze man de hele dag de WAAROM vraag zou stellen, hoe bijzonder zielig zou dat moeten zijn  voor mevrouw groen joggingpak. Het deed mij een beetje denken aan een verlate peuterpubertijdfase waar de 4 jarige in kwestie te pas en te onpas (vaak tot gillende gekte van de moeder) de WAAROM vraag stelt. Maar in dit geval gaat het toch echt om een 30+ man. Hoe zou dat dan moeten gaan op zijn werk die vraag bekruipt mij dan. Zijn collega’s zouden toch doodmoe van hem worden. Stel je voor de hele dag te moeten horen: ‘WAAROM is de koffieautomaat nu weer aan een schoonmaakbeurt toe?’ ‘WAAROM gebruiken we nu niet gewoon de groene bestellingsbon?’ ‘WAAROM wordt  in het bedrijfsrestaurant de krokante viscrab niet meer verkocht?’ ‘WAAROM komt Pieterse altijd te laat aankakken?’ ‘WAAROM weet hij niet dat er toch echt 8 uur op een dag gewerkt moet worden?’

‘WAAROM kun jij je bek niet eens houden?’ zingen zijn collega’s op de achtergrond in koor , gangsterrap zwelt aan…in gedachten want ze zeggen het natuurlijk niet echt.

Zomaar een interessante vraag op een doordeweekse donderdagavond. WAAROM intrigeert mij dit nu zo en WAAROM heb ik trouwens een Brain Fog? WAAROM net nu?

Oh ja en WAAROM zijn de bananen krom? Ok… anders passen ze niet in hun schil.

 

 

 

 

Succes

Het is zondagmorgen en na een drukke week met een hoop gebeurtenissen, emotioneel  maar ook gewoon druk als in een normaal  mensenleven, is het tijd voor Contemplatie met een hoofdletter C. Pas op de plaats maken,  lekker chillen en je niet op laten jutten door alles wat MOET en NIET kan wachten tot de volgende dag. En in zo’n moment van rust en bezinning komen er vanzelf onderwerpen naar boven drijven, getriggerd door alle dingen die de afgelopen week de revue zijn gepasseerd.

Zo heb ik afgelopen week gedwongen afstand moeten doen van mijn auto waar ik nogal aan gehecht was. Niet in de laatste plaats omdat een auto nu eenmaal makkelijk is (als hij het doet tenminste) maar ook omdat ik in de 8 jaar dat ik hem had veel met hem heb  meegemaakt. De kinderen zijn er bijna in geboren, lief en leed is er in beleefd en hele verhuizingen hebben dankzij de inzet van deze wagen plaatsgevonden. Het was bijna een extra gezinslid geworden, ik aaide hem nog net niet over de motorkap (nou ja soms wel) maar helaas, hij ligt nu ergens op een anonieme sloop.

Deze gebeurtenis, tezamen met het feit dat ik mij momenteel  economisch kwetsbaar voel  (dat heeft zo zijn redenen) deed mij nadenken over de term succes.  Natuurlijk heeft iedereen hier zo zijn of haar eigen definitie van. In onze maatschappij staat succes toch vaak gelijk aan het hebben van materiele goederen (huis, kleding, spullen), in staat zijn om vakanties te vieren in verre oorden en de etentjes buitenshuis in onbeperkte mate. Met andere woorden succes lijkt zich bijna te vertalen in hoe goed je het doet op de economische ladder. Ook ik trapte er bijna in toen ik teneergeslagen in de metro zat afgelopen week en mij verschool achter mijn zonnebril. Hardwerkend, veeleisende baan, alleenstaand, 100 ballen de lucht in houdend, twee jonge kids en weinig hulp  vragend van  buitenaf (dat is nogal een ding voor mij). Maar ik sta er wel en ga er nog steeds voor, struikelend en wel met Elton Johns song: “I am still standing after all this time” in mijn gedachten. Maar tell me waarom voel ik mijzelf dan bij tijd en wijlen toch een soort van  looser? En helemaal op dat bewuste moment, zittend in de metro, krampachtig naar buiten turend naar het landschap dat aan mij voorbij trok.

Wat definieert succes nu eigenlijk? Wat maakt een mens succesvol. Het geld dat hij bezit? Het huis dat hij bewoont, de auto waarin hij rijdt, de kleding die hij draagt, de vakanties die hij viert, de sportclubjes waaraan hij participeert, de vriendenkring waarin hij verkeert enzovoorts. Of is er een andere manier om tegen succes aan te kijken misschien? De manier waarop je het leven tegemoet treedt, op tegenslagen reageert, de wijze waarop je eerlijk naar jezelf durft te kijken en je eigen aandeel durft te nemen in een bepaalde situatie. Bereidwillig bent om te veranderen wanneer dat nodig is, verantwoordelijkheid durft te nemen en je uitspreekt.  Een leuk persoon probeert te zijn voor je omgeving, de ander iets gunt en niet altijd in je eigen wil of gelijk gaat zitten?

Het is niet moeilijk om je blind te staren op de mogelijkheden die economische welvaart met zich meerbrengt. Maar maakt je dat tot een succesvol mens? Mijn ervaringen zijn (als ik goed om mij heen kijk) dat mensen ondanks materiele rijkdom en ogenschijnlijk ‘de succesfactor’ uitstralen toch vreemd gaan, eenvoudige taken versloffen onder het motto te druk (maar eigenlijk te laks of gewoon niet betrokken zijn). Niet eerlijk durven te zijn naar de ander, elkaar niet  aanspreken op zaken bang om de zogenaamde ‘goede verstandhouding’ te verprutsen. Verbitterd blijven vasthouden aan het eigen gelijk, en daarmee hun kinderen in wezen tekort doen en niet in staat zijn om dat in te zien. Het gebeurt en de link naar succes wordt jammer genoeg nooit gelegd in dit soort voorbeelden.

Succes heeft voor mij een sterke link met de term ‘nederigheid’. Iemand die ik laatst sprak noemde dit naar aanleiding van zijn ervaringen. Nederigheid wordt vaak ten onrechte als negatief uitgelegd (onderdanig, slijmerig, lijdzaam) maar het tegendeel is waar. Eigenlijk vat de quote van C.S. Lewis het perfect samen: “Not thinking less of yourself, but thinking of yourself less’.

Dat en een hele hoop (immateriële) andere dingen definieert succes voor mij tegenwoordig. En hoe werkt dat bij jou?

Overspel

Nu sprak ik laatst met een vriendin die een verhaal vertelde over een vriendin van haar (jaja, je weet wel; de vriendin van een nicht en daarvan de zus, niet die ene maar haar tweelingzus dus. Ja die!) ‘Die vriendin had me toch iets raars aan haar fiets hangen’.  ‘Oh ja ?’ informeerde ik. Het was een nogal niets aan de hand vrijdagavond en de meest opmerkelijke dingen van de afgelopen week passeerden de revue. ‘Nou’, vervolgde ze; ‘die vriendin had op een bepaalde site (ja dé site waar mensen alleen voor de seks op schijnen te  zitten) contact gelegd met een net gescheiden man.

Uiteraard had ze eerst geverifieerd of hij echt single was want anders had het voor haar geen zin. Nee,  geen looser die van twee walletjes eet,  zo was ze van mening,  tenzij het met instemming ging van alle partijen. Maar hoe dan ook zou ze hier niet in meegaan want dat was nu eenmaal niet ‘her cup of tea’.  Een duidelijke en onomwonden stelling.

Het bleek dat de man in kwestie sinds enige tijd  was gescheiden,  zo ongeveer 5 maanden geleden en het leek de vriendin dat hij er ogenschijnlijk best onder leed. Zo was hij beslist niet uit op een relatie, nee zijn doel leek eerder dat hij zijn vrouw op een zo kort mogelijke termijn wilde terugwinnen. Zij vroeg zich dan ook af wat hij in godsnaam deed op deze site als hij zich toch wentelde in verdriet  maar, zo stelde ze vast (na een zekere vaagheid van zijn kant); hij was natuurlijk gewoon de weg kwijt.  De man was niet geheel onbemiddeld dus de vriendin nam terstond aan dat de vrouw er na 24 jaar sleur huwelijk vandoor was gegaan met  Roberto, de poolboy. Zij informeerde hier naar bij de man in kwestie die alleen reageerde met een kort: “interessant, de poolboy…”. ‘Bingo’, dacht de vriendin, ‘het is dus werkelijk waar. Hij is door emoties overmand want eenzaam en verlaten, vandaar reageert hij niet uitgebreider op de hele kwestie’.

De vriendin stemde in met een ontmoeting (na ruime tijd over en weer te hebben geappt). Eigenlijk zat zij niet direct op een nieuwe ervaring te wachten.  Zij voelde zich kwetsbaar en wilde ze haar hart openen dan zou dat  voor iemand zijn die zij kon vertrouwen,  een no nonsens man,  recht door zee en met het hart op de juiste plaats. Na een laatste app te hebben verstuurd waarin zij vroeg waar en hoe laat ze zouden afspreken kreeg ze tot haar verbijstering een woedende app terug. Deze luidde: ‘Stop met B. Hij is een getrouwde man die hem niet meer omhoog krijgt en nu geilt op andere vrouwen. Hoe zielig is dat!’. Ondertekend met de naam van de Bijna Bedrogen Echtgenote.  De vriendin staarde naar het appje en kon haar ogen niet geloven. Wat was dit voor een bizarre grap?

No way José (lees Gosé); geen grap at all. Het  kwam het erop neer dat mijnheer de directeur inderdaad gewoon getrouwd was en zijn hengeltje (lees zijn jongeheer) uit had geworpen om in de speelvijver van goedgelovige single ladies te gaan vissen.  Nadat zijn vrouw erachter was gekomen verbrak mijnheer direct al het contact. Al helemaal nadat bleek dat de vriendin zijn zelfverzonnen verhaal (namelijk dat ze elkaar beiden kenden via het werk (ja sure)) niet wilde bevestigen aan zijn vrouw, die ondertussen overspannen op bed lag en zinde op wraak.

Ik hoorde het allemaal eens aan onderwijl een zak chips wegknabbelend en bedacht mij wat een zooitje mensen er toch van kunnen maken.  Single zijn heeft een aantal nadelen  maar beslist ook een aantal voordelen.  Eén van de voordelen is toch wel  dat je geen rare capriolen hoeft uit te halen om een ontmoeting onder valse voorwenselen te ensceneren. Hoe valide deze redenen  misschien dan ook mogen zijn; sleur in huwelijk, bitchy wife,  plurkenman, slechte adem, wollen gebreide onderbroeken, witte sokken bij de standaard seks, in het slechtste geval helemaal geen seks, bierbuik, muffintop, bloempotkapsel, flauwe en sleetse grappen, sexloze kleding, nieuwsgierigheid naar het gras bij de buren dat zoals altijd zoveel groener lijkt, enzovoorts.

De redenen kunnen talloos zijn maar toch, als je van plan bent om buiten de deur te gaan spelen (en waarom niet we leven  in een vrij land ) vertel het je partner dan gewoon eerlijk. Zonder omwegen, no big deal, gewoon ‘just as it is’. Misschien brengt het je tot een gesprek met verdere diepgang en respect voor elkaars zienswijzen en behoeften.  Zou je zomaar je relatie kunnen verdiepen en meer begrip voor elkaar kunnen krijgen. Zou het kunnen zijn dat je elkaar opnieuw ‘ontmoet’ in het delen van je wensen en je gedachten en je relatie hiermee naar een hoger plan tilt. Het kan ook zijn dat het niet meer werkt, dat je echt iets anders of iemand anders wilt (kortstondig of langdurig). Dat is een andere uitkomst maar wel één waarbij je de ander de keuze laat om al dan niet mee te gaan in  je wilde plan en hem of haar tenminste deelgenoot maakt. Dat is wel zo eerlijk en voorkomt een hoop gedoe en krokodillentranen achteraf. Toughen up dus please, of je nu  man of vrouw bent, een beetje ballen zijn hier op zijn plaats. En maak zeker geen  onwetende derde deelgenoot van je  dubieuze praktijken want deze persoon  heeft er al helemaal niet omgevraagd en is vaak meer slachtoffer dan aanvankelijk wordt gedacht.

Overspel….bbrrrrr….kippenvel!